Het is de tweede week van maart en we profiteren volop van de voorjaarsgolf. De grond is mooi opgedroogd, de zon en wind doen hun nuttige werk. Elk onkruidje dat je met de machines kan lostrekken, verdroogt binnen een oogwenk. Plantjes die keurig voor ons de bodem bedekt houden, zoals de groenbemesters en de wilde plantjes of onkruidjes, moeten wijken voor het groen waar jij je bij ons voor ingeschreven hebt, de groenten. Bodembedekkers worden voer voor de wormen.
Landbouw valt momenteel uiteen in twee soorten bedrijven. Aan de ene kant steeds groter wordende bedrijven met de focus vol op de productie. Aan de andere kant steeds meer consumentenlandbouw met de focus op kleinschaligheid en direct contact. De grote bedrijven hebben moeite om nog aan natuur te werken en hebben steeds meer machines en arbeiders van ver nodig. De kleine bedrijven hebben vaak moeite om kostprijs en kwaliteit goed te houden. Wij zitten met onze tuinbouw er een beetje tussenin. Veel aandacht voor natuur en bodemontwikkeling, veel handwerk met vaste krachten en gelijktijdig proberen om de kostprijs redelijk te houden. Want biologisch voedsel is prachtig, maar als een hoge prijs er een elite-product van maakt, dan voelt het toch een beetje dubbel. En dat gebeurt toch steeds vaker bij lokale producenten.
Daarom zijn wij elk jaar weer bezig met het verfijnen van onze technieken, het verbeteren van de organisatie op het veld, het ontwikkelen van nieuwe lichte machines en het opleiden van mensen. Planten bijvoorbeeld, dat doen we nog steeds met de hand. Dat kan met de oplopende kosten van arbeid alleen als we dat snel en goed kunnen en daar over nadenken. Dus wij planten standaard ongeveer 1000 plantjes per uur of meer. Als ik een gastles geef op de Warmonderhof (de opleiding voor biologische landbouw), schrikt iedereen zich een hoedje! “Zoveel?” “Ja, zoveel en dat doet geen centje pijn”. Vakmanschap dus, zonder onszelf over de kling te jagen. Dat doe je met fitte medewerkers en focus op je werk-intelligentie en gewoon een goede inzet. Wie kent het niet, er is een feestje de vaatwasser is bezet en er staat nog een aanrecht vol vaat en een kordaat vrouw- of heerschap (meestal een boomer) werkt die berg in een kwartiertje weg, terwijl de schuimvlokken je om de oren vliegen. Zulke mensen begrijpen nog wat nodig is om iets voor elkaar te krijgen. Deze mensen lijken steeds schaarser te worden, maar Kievit kan ze nog altijd vinden.
Natuurlijk willen wij de romantiek van buiten, biologische tuinbouw, biologisch produceren. Maar ondertussen dus ook een scherpe organisatie, een goed uitgewerkte planning en we houden gewoon van het werk zelf, waar we telkens weer over nadenken. Het mooie is, dat is niet afzien, dat is fantastisch. Het gevoel dat je met een paar mensen een hele bus vol met mooie groenten kan snijden, of even ferm een pallet met plantjes de grond in krijgt, dat geeft het gevoel dat je met z’n allen iets voor elkaar kan krijgen. Zowel op de tuinbouw, als op de verwerking waar we de pakketten samenstellen, is deze sfeer.
Ook op de verwerking doen we namelijk ook veel handwerk. Afwegen, portioneren, verdelen. Nieuwe kist groenten en wegen maar! De marges zijn klein, de vingers vlug. Kunnen ze het gewicht al voelen in je hand of is het nog puzzelen op de weegschaal? En die zakjes? Gaan die open met een hoop gepruts of in één beweging die sneller gaat dan het oog? En de kratten? Sommige collega’s bewegen als een martial art-specialist, als ze een krat in hun handen hebben. En dat mag ook wel, want we verplaatsen duizenden kratten per week. Dat zal wel heel veel blessures opleveren? Nauwelijks, beste mensen. Afwisseling, ervaring en slim bewegen zijn de sleutelwoorden. Het zou toch ook wel een beetje jammer zijn als wij door gezonde groenten ongezond zouden worden. Neen, ongezond word je door zitten. Met mijn buurman-tuinder sprak ik over rugpijn en agrariërs. Ik stelde dat ik weinig kende. ‘Ik wel!’, zei hij en noemde twee namen. Ah ja, dat zijn trekkerboeren! Tja, die zitten natuurlijk ook. En zittend werk? Geniet van je stoel, maar altijd met mate.
