Oud en nieuw ontmoeten elkaar momenteel op het land. De koude grond oogt in het vroege seizoen een beetje als een hoogbejaarde die een woest uitje heeft gehad. ‘Is het echt al opstatijd? Belachelijk!’ ‘Ja dat is het ook, maar we gaan nu toch echt aan de slag, meneer/mevrouw Biogrond, de mensen willen eten’. Natuurlijk, één en al respect voor deze toestand in het vroege voorjaar. Met geduld en liefde en ons lichtvoetige machinepark, wekken we het vriendelijk tot leven, zonder ruw te zijn. Beetje losmaken, mooi vlak maken, lijnen trekken, altijd zonder het trage lichaam onrecht aan te doen.
En daarna kunnen we planten. De jonge frisse plantjes, nieuw leven, van een voor ons nieuwe plantenkwekerij, die goed zijn best doet. Het lichte groen, ‘babygroen’ bijna, noteer dat maar als het woord van ’26. Babygroen is het nieuwe plantaardige leven in het vroege voorjaar. Fris van kleur, helder afstekend tegen het donkere land met nog een vrijwel kale houtsingel erachter. De poëzie vliegt je weer om de oren.
Maar ook wijzelf zijn nog wat stijf en onwennig in de koude lenteochtend. Jawel, het is voorjaar, maar regelmatig zien wij nog witte plekken op het gras omdat de temperatuur wel nèt onder nul schiet. Dus onszelf overwinnend om toch actief te worden, vleien we ons op de die wat katerige natte koude grond, met het babygroen in onze handen. Zelfgekozen ontbering op het fysieke vlak dus, daar betaal je royaal voor tegenwoordig, in sportschool en ondersteboven aan een rotsformatie, maar bij ons niet! Wie maakt dit nog mee tegenwoordig? En het is gelukkig kortstondig, dit moment van opstarten, want je krijgt het vanzelf warm en de zon later in de ochtend doet je geloven dat het nooit koud was.
Na het planten is er het contrast van de donkere grond, nog steeds wat humeurig over het wekken, en daarop, hoopgevend, het frisse lentegroen. Oud en nieuw leven ontmoeten elkaar weer en moeten aan elkaar wennen. Dat wennen neemt af naarmate de temperaturen oplopen en de grond opdroogt, soms dezelfde ochtend al. De plantjes hebben er al zin in, de grond straks ook. Geef ‘m de tijd, straks heeft ’ie weer praatjes.
Is het geen schande dat wij dat jonge babygroen al aan hun lot overlaten in dat soms onbarmhartige vroege voorjaar? Wordt het geen tijd voor een partij van de planten die van dit soort misstanden korte metten maakt? Nee, geloof ons, zo lief als we zijn voor onze bodem, zo lief zijn we ook voor het babygroen. Als het erg koud is leggen we er een dun fleecedekentje over.
Witte kool
Heel vaak doen we dat niet, een witte kool in het pakket, deze keer had het een hele praktische reden. Spitskool? Niet te krijgen momenteel. Chinese kool? Idem. Slecht weer in Zuid Europa is er debet aan. Een collega van ons zat deze winter volop in de regen en wind in Portugal, afzien dus. Terwijl wij een betrekkelijk mooie winter hadden met zo nu en dan wat sneeuw. Enfin, de verse kolen uit Zuid Europa deden het niet best en dat terwijl we gewoon nog hele mooie witte kolen konden betrekken van onze collega’s van De Warmonderhof, waar we altijd een goede band mee hebben. Al was het maar vanwege onze eigen Warmonderhof-historie en de vrolijkheid die je vaak vanzelf krijgt van al die leerlingen, elk jaar opnieuw.
De kooltjes heten wij dus welkom, ook al is die stoere witte kool beslist minder populair dan zijn spitse neef uit Spanje. Geke is natuurlijk je trouwe receptenschrijver, ik kook beslist minder vaak, maar ik doe het graag als de gelegenheid zich aandient. En zo heb ik de afgelopen week wat geëxperimenteerd met deze trouwe, supergezonde en eigenlijk gewoon licht verteerbare vriend. Hoe? Altijd in combinatie met andere groente, opvallend makkelijk eigenlijk. Als je bijvoorbeeld wat weinig venkel hebt. Snippers kool vijf à tien minuten koken en proef hoe verrassend zacht van smaak een goed gegroeide biologische witte kool is. Topvoeding, dienend in de maaltijd.
