Als er één les centraal staat in 30 jaar Kievit, dan is het; ‘pas je aan’. Je kent je systeem en je looplijnen, maar giet deze niet in beton, maar beweeg mee met de omstandigheden. Daar moest ik ook aan denken toen het de afgelopen week zo verschrikkelijk heet werd. Zowel op de verwerking, als voor de bezorgers, als voor het werk op het veld en de gewassen, een uitdaging.
Weinig mensen beseffen hoe complex de logistiek is van een ontwikkeld ‘versbedrijf’, zoals wij onszelf mogen noemen. En met een royale eigen productie erbij is het soms helemaal een Zwitsers uurwerk te noemen. Elk tandwieltje moet op de juiste snelheid draaien. Zelfs slimme en ervaren mensen staan vaak te kijken hoe complex, maar ook effectief onze logistiek in elkaar zit. Prachtig natuurlijk, zo’n Zwitsers uurwerk, alleen dit uurwerk is een middel, geen pronkstuk. Het is er eentje die stevige ontberingen moet kunnen verdragen. Immers, de productie en de verwerking van onze verswaren heeft heel veel met de weersdynamiek te maken en er zijn heel veel stapjes waar wat kan gebeuren.
Het doet me vaak denken aan een zeiljacht. Overal zijn mensen bezig om de boot op koers te houden en iedereen is belangrijk. De ene keer vaar je soepel en is het genieten, de volgende dag zit je in de vliegende storm en dan is het alle hens aan dek om het goed te laten aflopen. En elk weer kent zo zijn optimale strategie. Prachtige woorden weer, maar de afgelopen week vroeg natuurlijk gewoon scherpte. Extremen, zoals deze felle hitte, zijn zelden in het voordeel van een gewas en ook zelden in het voordeel van een bezorger. En we hebben steeds vaker te maken met extremen, dus er zijn weer wat uitdagingen t.a.v. de edele kunst van het aanpassen.
Gelukkig hebben we wat ervaring en is dit onze manier van denken. Wat doen we met zware neerslag op het land, wat is er nodig om bij 38 graden Celsius te bezorgen? We vinden het gewoon, maar het was code rood en je pakket was ook afgelopen week weer redelijk op tijd op locatie. Mogelijk iets voorgegaard, terloops boren we dus een nieuwe markt aan. De plantjes moeten zich ook aanpassen, maar hoe? ‘Pas je aan’ zou betekenen: begin wat vroeger en zoek de schaduw op. Alleen op een groenteveld is die niet vaak voorhanden. Doe dan de beregening aan tijdens de hitte. Hm, dat kan ook niet zonder risico. Hoe dan ook, het team heeft zich er dapper doorheen geslagen. Met extra verkoeling tussendoor, de tijden wat aanpassen en emmers water die werden leeggeslobberd en uiteindelijk is alles gewoon weer gefixt. De tuinders moeten echt goed luisteren naar hun eigen lijf. Op het veld zegt dat: ‘Vandaag even mak an’, maar de plantjes brullen om meer aandacht en zorg. We zagen ook wel wat gewasschade door de hitte, maar geen rampspoed. Belangrijker was de dat mensen met een paar aanpassingen, behouden door de week zijn gekomen.
Sperzieboontjes!
Pas aan, pas aan! De mensen willen niet meer in de tuinbouw werken. Helaas, het zou juist zo goed zijn voor velen, uit je hoofd, in je lijf. Vroeger was landbouw een welkome werkplek voor iedereen die het minder goed zou doen. Het werk op de boerderij was vaak zwaar en matig betaald, maar er was wél een plek voor mensen die zo’n plek nu wel missen. Andersom is er ook wat veranderd, de landbouw is ook als werkplek de rug toegekeerd door een beroepsbevolking die comfort, voorspelbare dagen en een beperkte inspanning op het werk als kernwaarden is gaan ontwikkelen. Als we opgroeien met schermpjes in plaats van ondersteboven in een sloot, dan worden we gewoon minder belastbaar. Ondertussen stijgen de lonen om huur en vaste lasten nog te kunnen betalen en die lonen zijn soms moeilijk te verdienen met ambachtelijk werk, zoals in de landbouw met vaak lage prijzen voor het product. Zo is de handpluk van boontjes bijna onbetaalbaar geworden. Plukmachines dus en deze week boontjes van onze gemechaniseerde collega Gertjan van Raaij. Gelukkig blijft er voorlopig nog genoeg ambachtelijk oogstwerk over.
