Een tijdje geleden overleed een tuinder uit Lelystad, die in de jaren ’80 een belangrijke rol heeft gespeeld in het moderniseren van de biologische landbouw in West Europa, Jan Jonkman. Oorspronkelijk was hij bollenteler in Noord Holland, maar zeer tragisch, ze verloren een kind aan een ziekte die je gevoelsmatig aan het gebruik van pesticiden zou kunnen wijten. Dat was voor hem de grote ommekeer, met pesticiden wilde hij niets meer te maken hebben en hij werd een groot voorvechter van de biologische landbouw en hij is daarin erg belangrijk geweest.
Ook ik heb in mijn jeugd zo’n soort verhaal meegemaakt. Mijn vader werd ook erg jong ziek in de jaren ‘80 en vreemd genoeg stierven van drie andere jeugdvrienden een ouder voor onze 21ste levensjaar. Dat deed ook wat met mijn biografie. Je kan nog zo’n prachtige carrière hebben, zo’n ontzettend mooie sportwagen en genieten van je dure vakanties, als je gezondheid je in de steek laat, dan denk je alleen nog maar daaraan. Vanuit dat bewustzijn ben ik op 21-jarige leeftijd aan de opleiding biologische landbouw begonnen. In die tijd bagatelliseerde zo ongeveer iedereen het effect op het milieu en je gezondheid van de bestrijdingsmiddelen in de landbouw. Tegenwoordig is dat wel anders. Je moet je werk en je vrije tijd wel in de grotten van Tora Bora houden, om te ontsnappen aan het voortschrijdend inzicht dat we zo snel mogelijk moeten stoppen met het vergiftigen van het milieu.
Onnavolgbaar is dan ook het besluit van de Europese commissie die juist die belemmerende wetgeving tav pesticidengebruik wil afbouwen! Tegen alle maatschappelijke belangen in dus. Tegen het normale recht om in een schoon milieu te leven zonder verborgen toxische risico’s, tegen het belang van biodiversiteit, schoon drinkwater, noem het maar op. Bovendien, dit is ook weer een rem op innovatie. Wij laten in de biologische landbouw toch al een tijdje zien dat je heel wat kan bereiken zónder deze pesticiden. Een voorbeeld voor de ‘grote’ landbouw die moet innoveren. De commissie haalt natuurlijk ook daar weer de urgentie van weg. Een oude jeugdvriend van mij sprak, (ook pas op latere leeftijd, dat je hem niet voor een orakel houdt) ‘Erger je niet, verwonder je slechts’. Oké, diepe ademhaling dan maar en vervolgens rap op standje ‘verwondering’. En dan komt opeens de bezorgdheid ook! Gaat het wel goed met de leden van deze commissie? Ik heb wel eens gelezen dat een belangrijke aanwijzing van vergiftiging is, dat de patiënt een verwarde indruk maakt! Je hoeft natuurlijk geen geneeskunde te studeren om te zien dat hier sprake is van een verwarde besluitvorming. Enfin, het heil komt dus helaas nog niet van boven, dan zullen we als Jan Jonkman maar weer vanaf het veld werken aan innovatie en gedragsverandering. Fijn dat je daar aan mee wilt doen! Dan kan je je kleinkinderen later vertellen ‘als de commissie het niet deed dan moest opa het maar doen’.
Vroeger was alles beter!
De laatste weken van het actieve buitenseizoen, waarin de laatste tuinbouwgewassen worden geoogst, gaan natuurlijk gepaard met wat meer stormen en buien. Dat vinden de blaadjes maar niets, die lijden eronder. Dat maakt ons werk wat lastiger, dat begrijp je. Bij frisse blaadjes die bijna vanzelf in de krat springen, zijn wij snel klaar. Vroeger was het simpel, dan aten we gewoon robuuste wortels als pastinaak in dit jaargetijde.. Ach wat was dat een geweldig tijdvak, dat Pastinakium. Als tuinder, maar ook als maaltijdbereider gewoon een duidelijk programma!
