Onze voorvaderen zouden met verbijstering kijken hoe wij de dag doorkomen, met onze schermpjes, onze werkzaamheden, hoe we ons verplaatsen. Ze zouden zich ook verbazen over het voedsel dat wij tot ons nemen. Welvaart, we lusten er wel pap van! En nets iets te veel, zo blijkt uit alle cijfers, we worden collectief zwaarder en zwaarder, ‘omgevingsfactoren’ heet dat met een mooi eufemisme.
Wie een rondje door de supermarkt maakt of de reclames een beetje bestudeert, kan er niet om heen: de voedingsindustrie en de retail struikelen over elkaar heen om ons te verleiden tot slechte gewoontes. Aten we 50 jaar geleden nog een koekje bij de thee en hadden we nog een enigszins herkenbare maaltijd, tegenwoordig lijkt het precies andersom. Her en der een maaltijd, tussen alle snacks door, die onze magen vullen. Lege koolhydraten maken ons zowel ondervoed als zwaarlijvig tegelijk. ‘Omgevingsfactoren’ klinkt lief, maar eigenlijk zou je de voedingsindustrie hier z’n maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten pakken. Het gaat ons namelijk uiteindelijk heel veel gezondheid en heel veel geld kosten. En de redding komt uit een bedenkelijke hoek. We lossen het niet op met een grote maatschappelijk reset, maar met een nieuw verdienmodel.
Jawel, een nieuwe pillenfabriek in Katwijk! Er komt een enorme Amerikaanse fabriek voor afslankpillen, de nieuwe cash-cow in de medische industrie. In minder dan geen tijd wordt de gemeente Katwijk voor het blok gezet om een enorme fabriek te accepteren, die miljarden gaat investeren in een kolossale fabriek voor afslankmedicijnen. Je kan je natuurlijk afvragen wat iemand van een biologisch groenteteeltbedrijf hier nou van zou vinden, de medische wetenschap zal toch wel weten wat goed voor ons is? Dat zou kunnen, maar je mag wel een beetje nerveus worden wanneer criticasters uit de wetenschap onmiddellijk persona non-grata worden als ze dit een slecht idee vinden. Dat ondervond Professor Meijer van het LUMC. Die liet een kritisch geluid liet horen in de pers en werd direct de toegang tot haar werk ontzegt. De komst van het nieuwe industriële wereldheil moet dus met Noord Koreaans applaus verwelkomd worden. Wat ben ik dankbaar dat wij vandaag mooie selderij mogen oogsten. (Heel goed spul om je lijf te resetten, trouwens.)
Hoe dan ook, wat ons betreft kan het best allemaal wat simpeler. Zonder grote blokkendozen die zo meteen giftig rioolwater produceren en grote winsten naar de Verenigde Staten doorsluizen. Nog mooier is wanneer we een voedseltransitie maken. De oude is namelijk niet alleen funest voor je eigen balans, maar ook uiteindelijk voor de aarde. Als we dáár die miljarden van de pillenfabriek in zouden kunnen stoppen: in goed voedingsonderwijs, kinderen leren bewuster te kijken naar voeding en gezondheid, gratis worteltjes en appels op school, daar zouden we toch echt mooie dingen mee kunnen doen. Wij verpakken voor stichting Baby Groentetas pakketten waarmee baby’s echte groenten leren eten als hun eerste vaste voedsel. Na dit hoopvolle bericht snel door naar de tuinberichten!
Op de tuin zijn heel veel mooie beelden te beleven. We zijn in de herfst beland en die is tot nu toe vooral ‘zwoel’ volgens mij en ‘zoel’ volgens mijn collega Teun. Je snapt, dat geeft toch wat taalkundige spanningen terplekke. De spinnen hebben daar geen last van. In de zomer zien we grote tijgerspinnen, zo noemen wij ze, geel met zwart gestreept, ze heten ook wel wespspinnen. In de herfst rukken de kruisspinnen op. Die zijn zo dik dat het bijna knikkers zijn en de paden hangen elke ochtend vol met rag. Gratis haarnetjes dus op de tuin. De groenbemesters komen op en gelijktijdig verdwijnt er ook het een en ander. Vele vogelsoorten verlaten onze tuin, omdat ze denken dat het elders beter is. De huiszwaluwen bijvoorbeeld, ik wilde ze nog zeggen dat ze niet zover moeten vliegen, omdat dit niet goed is voor de planeet, maar ze kwetterden massaal terug dat hun vliegreis heel duurzaam is, omdat ze op muggen vliegen. ‘Ah dat is goed te horen!’, riep ik ze nog na ‘maar kan je ook op vliegen muggen?’, maar ze waren al weg. Mijn persoonlijk zwaluwhoogtepunt van afgelopen jaar was dat ze met z’n vijftigtal achter onze kat Bob aanvlogen en dat onze Bob kermend verhaal bij mij kwam halen. Pesten mag niet, zelfs als iemand je probeert te vangen.
De oogsten gaan ondertussen nog aardig door. De raapstelen werden pas compleet plat geregend en je kan natuurlijk aanlopen tegen andere weersomstandigheden die je oogst belemmeren. De Chinese radijs is prachtig, maar we komen eigenlijk net tekort. En die bleekselderij, er zitten echt magnifieke exemplaren bij. Aan het einde van de dag ruiken we lekker. Citroengras, peterselie en koriander oogsten we namelijk in grote volumes. We hopen dat jij ook lekker ruikt na een dag op jouw werk!
