Ingrediënten
- 1 -2 koolrabi’s
- 1 ui
- 1 teentje knoflook
- ½ rode peper
- olie
- 1 el sojasaus
- 1 tl geroosterde sojasaus
- eventueel lepeltje sesamzaadjes
Koolrabi, de naam zegt het al, hoort bij de kolenfamilie. Hij groeit op een steeltje boven de grond, ook al lijkt het op een knol, hij is het dus niet. Koolrabi smaakt een beetje als de stronk van bloemkool, maar dan sappiger. Lekker om te stoven met bijvoorbeeld een beetje gesnipperde salie er over, maar ook lekker om rauw te eten als salade. Combineert goed met wortel of appel, of probeer eens een tzatziki van geraspte koolrabi! In dunne plakjes op een boterham met kaas smaakt hij ook goed. Het blad zou je prima in een stoofpotje of soepje kunnen verwerken. Schil vooral de onderkant zorgvuldig, daar kunnen soms wat houtige stukjes in zitten.
Bereiding
Schil de koolrabi. Schil vooral de onderkant zorgvuldig, daar zitten soms wat vezeltjes die je eetplezier bederven. Snijd de koolrabi in dunne schijfjes, stapel die op elkaar en snijd ze in juliennereepjes (beide ongeveer 3 mm dik, een mooie snij-oefening). Pel de knoflook en de ui en snijd de ui in reepjes, de peper mag in dunne plakjes of kleine snippers, wat je fijn vindt. Wanneer je de zaadjes en witte zaadlijsten er eerst uithaalt, is hij minder heet. Verhit een scheut olie in een grote wok en bak kort de peper. Pers de knoflook erbij, schep één keer om en voeg de ui toe. Zodra die een beetje glazig is, voeg je ook de koolrabireepjes toe en roerbak zo’n 6-7 min. Voeg sojasaus toe, draai het vuur uit en roer de sesamolie erdoor. Lekker met rijst.
